Leerproblemen

slide-2 

Kinderen met een voorkeur voor het denken in beelden hebben moeite met het verwerken van de lesstof zoals die op school wordt aangeboden. Dit heeft ermee te maken dat ze informatie op een andere manier opnemen, verwerken, opslaan en teruggeven. Problemen waar ze tegen aanlopen zijn:

Denken vanuit een totaalbeeld

Een beelddenker denkt vanuit een totaalbeeld, hij ziet het geheel en kan dat in losse delen uit elkaar halen. Op school wordt de informatie in losse delen aangeboden, waardoor het voor de beelddenker moeilijk is om het in een totaalbeeld te plaatsen. Alsof hij een puzzel maakt zonder de voorkant van de doos te kunnen zien.

Talig onderwijs

De meeste mensen denken in woorden, beelddenkers denken in beelden. Zij moeten de uitleg eerst vertalen naar een beeld en het beeld weer omzetten naar het woord. Het kind hoort 'hond' en ziet het beest al vrolijk door het park rennen, om dan vervolgens op zoek te gaan naar het woord dat erbij hoort. Dit kost tijd.

Informatie opslaan in beelden

Beeldenkers kunnen heel goed lesstof onthouden wanneer het in beelden wordt aangeboden. Losse letters of spellingsregels zijn abstract (er hoort geen plaatje bij) en daardoor moeilijk te onthouden. Door abstracte informatie zoals letters, cijfers en tijd te vertalen in beelden en schema's of gebruik te maken van verschillende leeringangen (bijvoorbeeld kleur, beeld en gevoel) kan de beelddenker de informatie wel goed onthouden.

Driedimensionaal denken

Beeldenkers kunnen dingen vanuit verschillende perspectieven bekijken. De beelden laten ronddraaien in hun hoofd. Bij het woord stoel ziet het kind de stoel voor zich. En of die nu op zijn kop staat of achterstevoren het blijft een stoel. Als het kind letters en klanken gaat leren, dan krijg het een probleem. Want een b is andersom een d, en op zijn kop een p. Maar voor het kind blijft het een b.

Snel afgeleid zijn

Kinderen die in beelden denken, beleven de wereld om hen heen intensief. Ze zijn gevoelig voor prikkels uit hun omgeving en omdat gedachten snel gaan zijn ze snel afgeleid van wat de leerkracht vertelt. Wanneer een kind bij het woord 'hond' het beest door het bos ziet rennen en terug denkt aan de wandeling met opa door het bos, hoort het niet meer dat de les verder gaat over de kat, de muis en marmot.

Impulsiviteit

Beelddenkers voelen hun behoeftes heel sterk. Wat zij willen, moet eerst gebeuren. Dat maakt dat ze niet altijd gevoelig zijn voor gezag. Wat ze vinden, willen, voelen overheerst. Geduld is iets wat ze wel kunnen leren.

Tijdsbesef

Beelddenkers staan bekend om chaos; ze hebben geen tijdsgevoel. Ze vergeten afspraken en spullen, komen te laat of veel te vroeg. Werken met visuele taakborden, taken afbakenen en de dagindeling helder weergeven op een planbord, zijn hulpmiddelen die deze kinderen helpen grip op hun leven te krijgen.